To be or not te be…? Onderzoek en accreditatie van hoger onderwijs

12 oktober jl studeerden twee bachelorstudenten bedrijfskunde af. Dat was voor allerlei betrokkenen een spannende aangelegenheid. Ten eerste voor de studenten zelf. Zij hadden hun ‘ziel en zaligheid’ in hun werk gelegd en een bedrijfskundig en met name bedrijfskritisch probleem bij de kladden gepakt.

 

De eerste afstudeeropdracht was een prachtig voorbeeld van een bacheloronderzoek: zelfstandig uitgedacht, met heel veel plezier uitgevoerd en met enig hulp van zijn begeleider goed geïnterpreteerd. Een beslissing die zijn directeur door gebrek aan inzicht en adequate informatie op intuïtie had genomen, kan hij nu haarscherp onderbouwen. Zijn baas had het niet zo gek gezien, maar nu weten ze het zeker…
Zijn verdediging was voortreffelijk. Het ontroerde mij zelfs. Toen ik hem twee jaar geleden voor het eerst in mijn klas kreeg kon ik hem nauwelijks verstaan, maar nu zag ik een trots en zelfbewuste professional klaar voor een volgende stap in zijn bedrijf. “Wat waardeerde je nu het meest in je opleiding?” vroeg ik uiteindelijk. “De moderne bedrijfskunde”, antwoordde hij, “met vakken zoals appreciative inquiry en positive change. Ik pas het iedere vergadering toe. Het is nog nooit zo goed gegaan…”
Een dan te bedenken dat ik afgelopen week de voorzitter van het Associate degreeplatform hoorde zeggen dat onderzoek niet meer onderdeel is van het opleidingsprogramma. Kun je het je voorstellen dat professionals werkzaam in organisaties met een dominante cultuur van iedere dag incrementeel verbeteren dit kunnen doen zonder een reflectief onderzoekend vermogen? Ik denk het niet…

De tweede student had zich verdiept in de problematiek van duurzame inzetbaarheid van medewerkers werkzaam in ploegendiensten. Dit onderwerp was nieuw voor hem en vrij complex en hij had ons verrast met een zeer doortimmerd verslag van zijn literatuurstudie. Hij had ook een bekende survey ingezet waardoor hij onder meer inzicht kreeg in de organisatie-energieën van het team. Het bevestigde de aanleiding van zijn onderzoek en gaf een oplossingsrichting aan voor de reeks initiatieven die, zo vertelde hij, inmiddels zijn doorgevoerd: een andere rooster, een andere planning, meer regelvermogen en empowerment voor de teamleden en een managementlaag minder. Ook hier gaat het beter dan ooit. Ik verklapte hem dat zijn eindonderzoek op masterniveau was…

Een half uurtje later was de Hogeschool SDO zelf onderwerp van onderzoek. Na moeilijke jaren van krimp en een mislukte accreditatie afgelopen voorjaar kregen wij nog één kans om aan te tonen dat wij onze HBO-licentie waard zijn. Wij hadden geluk dat de twee studenten voldoende tempo en doorzettingsvermogen aan de dag hadden gelegd om – voor ons – op tijd hun stukken in te leveren. Wij hebben ze niet achter hun broek aan gezeten. Dat vond ik onethisch en bovendien zou haast geen goede kwaliteitsimpuls zijn geweest. We hadden met die twee voldoende werkstukken om ons eindniveau aan te tonen.

De commissie samengesteld door Hobeon, die namens de NVAO – de Nederlandse Vlaamse Accreditatie Organisatie – het onderzoek afnam, was vier man sterk. Er ontspon zich weldra een goed gesprek over uitdagingen van het hoger onderwijs en onze visie en aanpak. Daar ik – zij het tijdelijk – enig bestuurder ben en mij in deze doorstartfase overal mee bemoeide, richtte de discussie zich voornamelijk op de continuïteit en het borgen van kwaliteit, zodat het voor mij geen verrassing meer was dat de voorzitter van de commissie terloops zei dat het eindniveau wel in orde was. Feitelijk waren we al geslaagd…

De voorzitter zei ook dat ik nergens meer bij mocht zijn: niet als dekaan, niet als lector, niet als docent, niet als toehoorder bij de examencommissie, niet als voorzitter van de beroepenveldcommissie en uiteraard niet bij de studenten. Een oefening in loslaten…
Ik wilde van tevoren niet oefenen, wat zeer gangbaar is als de accreditatiecommissie langs komt. Ik wilde een transparant en eerlijke proces, en ik vertrouwde op het vakmanschap, loyaliteit en betrokkenheid van mijn collega’s in het SDO-netwerk.
Ronde voor ronde sijpelde goede berichten door via de personen die terugkwamen uit onze boardroom. Uiteindelijk werden we allemaal teruggevraagd om het eindoordeel van de commissie te vernemen: “onvoorwaardelijk geaccrediteerd”. Niet dat alles perfect is, er zijn nog uitdagingen genoeg over, maar de basis is gezond. We kunnen nu weer gaan bouwen.

Na een lange marketingstilte gaan we ons weer roeren op de markt. Ik zou met onze hogeschool graag partner willen zijn van organisaties die moeten aansluiten op de transformatie, op de tsunami aan nieuwe ontwikkelingen die veel meer dynamiek en flexibiliteit vergen dan klassieke organisaties op kunnen brengen. Organisaties die in beweging moeten komen, maar het nog niet goed weten hoe dat aan te pakken. Wij willen de change agents opleiden en kennissupport aanbieden dicht op de werkvloer, dicht op de praktijk en tegelijk in verbindingen met nieuwe beproefde methoden en inzichten. Wie doet mee?

Marcel van Marrewijk
Bestuurslid/Decaan bij SDO Hogeschool voor Moderne Bedrijfskunde

Leave a Reply