Retailer ziet de klant niet staan, ervaringen van een organisatieopstelling


Herald Rossing leidde de organisatieopstelling en studenten van SDO maakten het verslag

Retailer ziet de klant niet staan, ervaringen van een organisatieopstelling

Hoe staat het met de machtsverhoudingen in de retailsector en wat is de impact van de grote retailer op de sector? In het kader van de bachelor bedrijfskunde module Supply chain organiseerde SDO Hogeschool een bijeenkomst waarin een organisatieopstelling werd gemaakt: een in de ruimte gepositioneerde opstelling van de retailketen.

Wat is een organisatieopstelling?

Een organisatieopstelling is een moderne vorm van onderzoek, maar totaal anders dan via rationele logica. Het biedt een effectieve manier om inzicht te krijgen in de systemische samenhang van organisatorische processen. Het is een onderzoeksvorm waarin men ook de intenties en het bewustzijn van individuen én van collectieven kan waarnemen en betekenis krijgen.

Mensen zijn gemiddeld aan wel 60 sociale systemen verbonden en die oefenen allemaal hun invloed uit. Het is de kunst en kunde om de essentie van een complex sociaal systeem waarneembaar te maken en na te gaan welke invloeden het ondergaat.  Je probeert ‘het innerlijk beeld van het organisatiesysteem dat de actoren diep onbewust meedragen’ weer te geven. Zo kun je vragen beantwoorden over de oorsprong van dat systeem – in ons geval de retailketen – over machtsverhoudingen, de dynamiek en hoe het systeem reageert op maatschappelijke en ecologische uitdagingen.

De bijeenkomst werd geleid door Harald Rossing.

Harald Rossing is gefascineerd door mensen, organisaties en maatschappij. Hij kijkt vooral met een systemische bril naar het potentieel of wat maakt dat potentieel niet stroomt. Harald is in 2010 in aanraking gekomen met systemisch werk en heeft sindsdien meerdere opleidingen gevolgd en werkt met collega’s over de hele wereld. Tot 2012 werkte hij als organisatieadviseur en projectmanager van werkvloer tot raad van bestuur in bedrijfsleven en overheidsorganisaties. Sindsdien werkt hij als coach, geleider en investeerder.

Verder aanwezig – uiteraard – lector Supply Chain, Oscar Gennissen, bachelorstudenten, en vertegenwoordigers van verschillende vooraanstaande retailketens.

De meeste deelnemers hadden geen enkele ervaringen met de methode en dat hoeft ook niet! Harald gaf wel een korte toelichting waar de methode ontwikkeld is (Bert Hellinger), hoe de toepassing geëvolueerd is van enkel familiesystemen naar complete organisaties en ketens en hoe het mogelijk is dat een opstelling een werkelijkheid kan representeren.

Organisatieopstelling van de retailketen

Iemand brengt de vraag in – dat was onze eigen decaan – en door middel van een kort interview wordt de vraag geëxploreerd. Er werd besloten met vier representanten te beginnen. Vier willekeurige personen die niets speciaals hoeven te doen of te weten, worden in een ruimte geplaatst als bioboer (nummer 1), tuinders collectief (nummer 2), geïntegreerde boer (nummer 3) en een consument (nummer 4). In figuur 1 is de eindopstelling met corresponderende nummers van de representanten opgenomen.

Aangesloten op het systeem

En dan gebeurt er iets bijzonders. De opgestelde representanten zijn in staat om lichamelijk en emotioneel te voelen wat zich afspeelt in de personen/organisaties die ze representeren. Alsof ze zijn aangesloten op “het wetende veld” en de energie en het bewustzijn ervaren van de opgestelde entiteiten.

 

De representanten stonden ver van elkaar af en er was weinig verbinding, laat staan saamhorigheid. De bioboer voelde zich buitenstaander en stond letterlijk in het licht maar erg in diens eigen wereld. De landbouwer creëerde zijn eigen schaduw en stond er als in beton gegoten. Ook de tuinder zag nauwelijks om naar de klant en had meer affiniteit met het zakelijke proces.

 

De consument staat schaakmat

Er werden twee representanten aan het systeem toegevoegd: een lokale winkelier (5) en een grote retailer (6). De kleine retailer bleef aan de zijlijn, niet ver van de bioboer vandaan en hield goed oogcontact met de klant. De grote retailer plaatste zich pontificaal, vol zelfvertrouwen, in het midden van de opstelling. Hij staat recht voor de consument en keek deze aan. De consument voelde zich geïntimideerd en schuifelt langzaam naar achteren. Ondanks de nabijheid ervaart de consument een enorme afstand tot de grote retailer.  Alle voedselproducenten ervaren de retailer als een blokkade. De ‘retailer’ haalt zijn schouder op, het systeem staat schaakmat, de klachten deren hem niet, de consument komt toch wel en koopt wat hij aanbiedt.

 

 

We stellen de voedselverwerkende industrie (nummer 7) op.  Eerst plaatst deze zich naast de grote retailer: ‘Ik ben ook belangrijk’, maar de retailer bespot hem met ‘welkom in mijn spelletje’ en geïntimideerd verplaatst de voedselverwerker zich aan de rand van de opstelling. De consument voelt zich steeds kleiner worden, zou het liefst nog drie passen naar achter doen, maar staat al letterlijk met de rug tegen de muur.

De voedselproducenten ervaren wel contact met de voedselverwerker en schuiven op in diens richting. Op de achtergrond heeft de biologische boer het gevoel dat hij alle connectie met de keten aan het verliezen is.

Apart genoeg ervaart de lokale winkelier weinig stress van het systeem. Hij doet zijn ding en houdt contact met zijn belangrijkste stakeholders. De klant gunt hem van alles, maar handelt afwijkend, alsof hij zich bezwaard voelt als hij de winkelier voorbij gaat (en er weinig koopt).

“De macht in de keten ligt bij de grote retailer en in mindere mate bij de voedselverwerker.
De rest is eigenlijk niet relevant. De kleine winkelier vaart zijn eigen koers.”

 

De uitdagingen van de aarde

Als achtste representant (nummer 8) wordt de ‘aarde’ opgesteld en weldra ook de ‘maatschappelijke en ecologische uitdagingen’ (nummer 9). De ‘aarde’ voelt zich niet comfortabel in het hele verhaal en ‘uitdagingen’ stelt zich pal achter de aarde op, het zoekt bescherming, maar buiten het zicht van de meeste partijen. De aarde is teleurgesteld in de consument en heeft het idee dat er meer kansen liggen bij de grote retailer en rekent dus op diens inzet op MVO en duurzaam ondernemen.

Met het intreden van de aarde verandert de opstelling. De voedselverwerker verplaatst zich tot aan de rand van de opstelling en speelt een kleinere rol van betekenis in het systeem.
De biologische boer voelt zich veel meer betrokken bij het geheel en probeert zich weer te mengen in de keten. Hij beweegt richting de aarde en de lokale winkelier. Weinig partijen hebben vertrouwen in de grote retailer.

Ondertussen kijken de geïntegreerde boeren en het tuinders collectief toe op afstand. Ze doen mee in de keten maar spelen net als de voedselverwerker geen enkele serieuze rol. De consument voelt zich koud en ellendig.

 

 

‘Ik ben er voor jou’

De grote retailer wordt gevraagd de klant aan te kijken. Als het lukt moet de grote retailer tegen de klant zeggen ‘ik ben er voor jou’. De grote retailer geeft aan niet in staat te zijn om oprecht te zeggen dat hij er is voor de klant. Hij staat zelf centraal. Teleurgesteld wendt de klant zich af. In tegenstelling tot de grote retailer kan de kleine winkelier wel oprecht zeggen dat hij er is voor de klant.

De grote retailer dwingt de aarde te blijven staan, zo zijn de machtsverhoudingen. Tegelijk is de aarde zó groot dat alle maatschappelijke uitdagingen amper zichtbaar zijn voor de grote retailer.

De hopeloosheid straalt ervan af. Dat kan zo niet langer.

Doortastende’ overheid aan de zijlijn 

De ‘overheid’(nummer 10) moet de helpende hand bieden, een overheid die de regie pakt, die intervenieert! Daar heeft de overheid dus helemaal geen zin in. Met weerstand en weinig vertrouwen plaatst de ‘doortastende overheid’ zich aan de zijlijn. De voedselverwerker en de geïntegreerde boer bewegen zich welwillend richting de overheid, maar er is weinig invloed op de ‘uitdagingen’ en de ‘aarde’.

Er is geen vertrouwen dat er iets gaat veranderen en de focus blijft volledig gericht op de grote retailer. Deze past zich gewoon aan, belast de suikertax en alle andere maatregelen door en de klant betaalt de rekening!

Als laatste representant wordt ‘technologische ontwikkeling’ (nummer 11) ingebracht. Deze plaatst zich groots in het midden van het spel: daar mogen we blijkbaar nog veel van verwachten. De ‘retailer’ haalt zijn schouders op en ziet wederom weinig bedreiging, eerder een nieuwe kans. Door de grote hoeveelheid liquide middelen en de enorme macht in de keten pakt hij ook deze uitdaging graag beet.

 

Figuur 1 – De eindopstelling

Legenda Figuur 1

  1. Bioboer 
  2. Tuinders collectief 
  3. Geïntegreerde boer
  4. Consument 
  5. Lokale winkelier
  6. Grote retailer 
  7. Voedselverwerkingsindustrie 
  8. Aarde 
  9. Maatschappelijke en ecologische problemen 
  10. Overheid 
  11. Technologische ontwikkelingen

 

Inzichten van de opstelling 

Na afloop evalueren we de opstelling met alle aanwezigen en komen tot de meest opvallende uitkomsten van de opstelling:

  • De grote retailers vormen ten alle tijden de grote macht in de keten.
  • De overheid wordt niet of nauwelijks serieus genomen.
  • De grote retailer acht zichzelf in staat om van elke bedreiging een kans te maken.
  • De voedselverwerkende industrie speelt nauwelijks een rol.
  • Het is ‘zorgelijk en verontrustend’: elke speler in de keten weet dat er behoefte is aan meer aandacht voor de aarde, maar niemand neemt zijn verantwoordelijkheid.
  • De lokale retailer lijkt overeind te blijven ondanks dat deze amper gezien wordt door de klant. Deze klant moet altijd eerst om de grote macht van de grote retailer heen. De lokale winkelier werd ook wel de ‘plaatselijke bedelaar’ genoemd. Diens omzet wordt hem gegund. Het is een kleine speler in het systeem.
  • De biologische boer maakt nog weinig impact op de aarde en alle maatschappelijke thema’s die er spelen.
  • Technologische ontwikkelingen bieden vooral kansen. Er zijn geen spelers die dit als een grote bedreiging zien.
  • Initiatief voor verandering ligt bij de grote retailer.
  • Er wordt door de markt een narratief gecreëerd dat alles om de klant draait, maar alles draait om de grote retailer.
  • De consument kan geen kant op en komt ten alle tijden het grote machtsblok van de grote retailer tegen. De behoefte om elders te kijken is er wel.

 

              Figuur 2: Impressie organisatieopstelling bij SDO in Maassluis

 

Reflecties van studenten

Dankbaar en bijzonder zijn de eerste woorden die me te binnen schieten als ik achteraf terugdenk aan de hele middag. Dankbaar om dit mee te mogen maken, en te ervaren hoe het is om aan een systeemopstelling deel te nemen. In het klassieke onderwijs zou dit niet mogelijk zijn terwijl het enorm leerzaam is. Op persoonlijk vlak is het leerzaam om te ervaren hoe het is om representant te zijn. Welke gevoelens en energieën hierbij vrijkomen, en ook hoeveel energie het kost. Zakelijk/educatief was het enorm gaaf om een compleet nieuwe onderzoeksmethode te ontdekken. Confronterend, spannend maar enorm verhelderend. Het woord bijzonder is te verklaren door de enorme hoeveelheid indrukken dit het maakte en bij mij achterliet. Vooraf is het lastig een beeld te schetsen bij wat er staat te gebeuren. Er gebeurt zoveel tijdens het maken van de opstelling. Je ziet iedereen reageren op het toevoegen van een nieuwe representant.”

 

“Zou je als representant daadwerkelijk voelen wat je moet voelen?
Hoe weet je nu waar je moet staan?


“Naarmate de opstelling vorderde had ik steeds meer het gevoel dat het klopte wat er gebeurde. Het voelde niet raar aan als de klant zei dat hij weg wilde lopen, of dat hij de bio boer niet kon bereiken vanwege de blokkade die de grote retailer en de lokale winkel vormde. Ik ben positief verrast door de inzichten die de opstelling mij gebracht heeft.”


Pijnlijk en confronterend was het om te zien dat de grote retailer niet oprecht tegen de klant kon zeggen: ‘ik ben er voor je’. 

“Na de sessie kom je tot besef dat het een zeer effectieve methode is om te verduidelijken hoe verhoudingen in een systeem zijn. In ons geval de retailketen, maar ik geloof dat dit voor elke situatie zinvol kan zijn. Het is privé en zakelijk toepasbaar. Ik wil Harald bedanken voor de begeleiding, en de rest van de deelnemers voor hun deelname. Wat een bijzonder gave ervaring!”