SDO maakt gebruik van state-of-the-art inzichten en methoden om professionals en hun organisaties te ondersteunen bij complexe vraagstukken. Deze krachtige en effectieve methoden delen wij niet alleen met onze studenten en hun werkgevers, maar stellen we ook beschikbaar voor maatschappelijk en commerciële partners om aan innovatieve oplossingen en ‘next-level’ ontwikkelingen tot stand te brengen.
Deze pagina biedt een indruk van enkele projecten en partners waarbij het netwerk van SDO is betrokken.
In ‘VOMI Duurzaam Veilig’ is de ambitie geformuleerd om naar next level veiligheid te gaan. Hiervoor is de samenwerking gezocht met SDO Hogeschool voor Moderne Bedrijfskunde.
SDO en VOMI organiseerden rondetafelsessies en workshops met asset-owners en contractors die ondermeer een standaard opleverden voor kritische veiligheidsindicatoren en drie publicaties die de contouren beschrijven van een next-level veiligheidspraktijken.
Deze inzichten – en de ambities van alle betrokkenen – vormen de basis voor het ontwikkelen van het VOMI Intelligence Centre.
De energietransitie vraagt om een andere aanpak van gemeenten, maar met de juiste ondersteuning en de bereidheid om te veranderen, kunnen zij een cruciale rol spelen in het realiseren van duurzame warmtetransities.
SDO Lectores, m.n. Floor de Ruiter, ontwikkelden een geïntegreerde participatieve aanpak gericht op de succesvolle realisatie van een warmtetransitie op wijkniveau, waarbij leren, werken en begeleiden samenkomen. Deze aanpak van onderop – Bottom-up – wordt inmiddels met succes toegepast.
Nederland wil in 2050 een volledig circulaire economie hebben. Dat betekent dat grondstoffen en producten zoveel mogelijk worden hergebruikt, gerepareerd en opnieuw ingezet, zodat afval sterk wordt verminderd. De overheid ziet dit als een noodzakelijke stap om zuiniger om te gaan met grondstoffen, de afhankelijkheid van import te verkleinen en de economie toekomstbestendig te maken.
In 2018 zijn de contouren van plannen voor deze transformatie op uitnodiging van het ministerie van Economische Zaken door een groep wetenschappers bepaald. Van Marrewijk, destijds lector Moderne Bedrijfskunde, maakte deel uit van deze commissie. De daarin opgenomen fasegewijs transformatie is beschreven in de taal en concepten van de Cubrix.
De uitwerking van het Nationaal Programma Circulaire Economie richtte zich met name op de bouw, maakindustrie, kunststoffen en consumptiegoederen. Daarnaast krijgt ook de voedselketen veel aandacht als sector met grote grondstoffenimpact.
Later heeft Van Marrewijk, samen met collega Jan Rouma, beroepsprofielen voor programmaleiders samengesteld en bijgedragen aan de ontwikkeling van methoden zoals de contextscan.