SDO Onderwijsfilosofie

Kenmerken van de opleiding

Opbouw van het curriculum: leerlijnen

Onze opleidingen zijn opgebouwd vanuit een integrale visie op Moderne Bedrijfskunde. Modules staan daardoor niet los van elkaar, maar vormen samen een ontwikkelroute over de vier fasen van de opleiding én afstemming tussen de vier leerlijnen van de opleiding:

  1. Persoonlijke ontwikkeling.
  2. Professionele ontwikkeling: de domeinspecifieke module van de bedrijfskunde
  3. Systeemontwikkeling: de integratiemodulen van moderne bedrijfskunde
  4. Praktijk- en toepassingsgericht onderzoek

Zo leren studenten stap voor stap hoe organisaties functioneren, hoe vraagstukken ontstaan en welke veranderaanpak passend zijn in de specifieke context.

“Geen ‘losse vakken’, maar samenhang die inzicht geeft
in de complexiteit van organisatiesystemen”

Ad 1 – Persoonlijke ontwikkeling
SDO Hogeschool biedt nadrukkelijk ruimte en aandacht voor persoonlijke ontwikkeling. Een student is immers geen ‘leeg vat’ dat vol gestopt kan worden met kennis. “Het doet ertoe wie jij bent en hoe jij omgaat met die kennis.”
Wij mensen zijn geen resources, maar unieke individuen die hun eigenheid en talenten behoren te ontplooien, hun agency uit te drukken en hun drijfveren te ervaren. ‘Ken u zelve’ stond niet voor niets gegraveerd op een van de oudste tempels ter wereld.

Houding, ethiek, timing en zelfbeeld voegen waarde toe boven op de inhoud, kennis en kunde die iemand etaleert. De persoonlijke ontwikkeling is zelfs de basis! De cognitieve kwaliteiten van studenten krijgen nog meer impact indien ook andere persoonlijke kwaliteiten aandacht krijgen, zoals de emotionele, psychologische, sociale en spirituele dimensies van ons menszijn.

Ad 2 en 3 – Eigentijdse inhoud
SDO Hogeschool voor Moderne Bedrijfskunde hanteert een fasegewijze visie op de ontwikkeling en toepassing van bedrijfskunde. Alle bedrijfskundige modulen, en alle daarin voorkomende modellen en instrumenten, zijn gepositioneerd aan de hand van de Cubrix, een driedimensionaal raamwerk van organisatiestadia en ontwikkelpaden (van Marrewijk, 2011, 2014). Hierdoor is een geïntegreerde benadering van het complete programma ontstaan en worden modulen door de studenten niet langer als ‘los zand’ ervaren.

Ad 4 – Toepassingsgericht onderzoek
SDO  heeft een eigentijdse en nog unieke visie op de betekenis en positie van onderzoek in het HBO-bacheloronderwijs. Toegepast onderzoek is gericht op het verbeteren van praktijk-situaties, of ten minste gericht op het verkrijgen van inzicht in complexe bedrijfskritische situaties, om daarna meer verantwoord en effectief te kunnen handelen. Dit vergt naast bedrijfskundige kennis en vaardigheden, een kritische en onderzoekende houding én inzicht in de methodologie om een probleem te kunnen stellen, verklaringen te kunnen formuleren en bepalen welke facetten nog onderbelicht zijn en onderzoek vergen om een vraagstukken adequaat op te kunnen lossen.

De diverse onderzoeksvaardigheden worden gedurende vier jaar in verschillende modulen aangeboden en toegepast in de beroepsproducten die studenten voor de diverse modulen moeten maken. De leerstof omvat het problematiseren en analyseren van min of meer complexe, bedrijfskritische ontwikkelingen; het opzetten van onderzoek (plan van aanpak); het uitvoeren van bronnen- en veldwerkonderzoek; duiden en analyseren van data; het testen en uiteindelijk selecteren van (verbeter)interventies; het opzetten van een verbetertraject en het schrijven van adviesrapporten en onderzoeksverslagen. Al deze vaardigheden zijn belangrijke instrumenten in het portfolio een HBO-bedrijfskundige.

Opbouw van het curriculum: Opleidingsfasen

In de propedeuse – het eerste jaar van de opleiding – staat met name het primaire, waardetoevoegde proces van organisaties centraal. Alle modulen zijn verplicht, maar zijn wel afgestemd op de sectoren waarin de studenten werkzaam zijn.

In de tweede fasen van de opleiding worden hier de ondersteunende -, sturende – en verander-processen aan toegevoegd zodat de operationeel-tactische basis van de bedrijfskunde goed is neergezet. Alle modulen sluiten als ‘puzzle-stukjes’ in elkaar en bieden de studenten veel houvast om complexe vraagstukken te leren zien, doorgronden en oplossen.
Er is ruimte voor twee keuzevakken, die veelal in lijn zijn met de later te volgen afstudeerrichting.
De eindwerken – de portfolio’s van de gemaakte beroepsproducten – reflecteren de leerdoelen en beoogde leerresultaten van het gewenste niveau (NLQF5) en landelijk bepaald beroepsprofiel.

In de derde fase volgen de studenten voor 60EC aan verplichte modulen, die een verdieping en verbreding bieden op de voorgaande fasen waardoor studenten in staat zijn meer complexe vraagstukken adequaat aan te pakken.

In de afstudeerfasen – het vierde jaar – hebben studenten ruimte voor 30 EC aan keuzevakken binnen hun afstudeerrichting en een zelfstandig onderzoeksproject waarmee zij hun opleiding afronden.
Studenten mogen ook zelf thema’s voor modulen voorstellen die mits uitvoerbaar en aansluiten op het gewenste eindniveau, deel uitmaken van de opleiding.

Het programma heeft dus een modulaire, qua complexiteit stapsgewijze structuur die spiraliseert naar het eindniveau, zoals bepaald door NLQF6 en het Landelijk beroepsprofiel.

Vorm van het onderwijs in de opleidingen 

Opleidingen worden aangeboden in het blended learning-format, een combinatie van online en klassikaal leren.

  • Social learning
    Tijdens de groepsgewijze contactmomenten – een keer per maand – beoefenen de studenten aan de hand van interactieve werkvormen de opgedane kennis in een veilige leeromgeving.
  • Distant learning
    Indien een student een bijeenkomst niet kan of mag bijwonen is het mogelijk de les online, en dus op afstand, te volgen, en ook actief meedoen.

  • E-learning
    Studenten krijgen toegang tot het SDO-kennisplein. De ‘learning journeys’ omvatten de leerstof, opdrachten, oefenopgaven, games, en enkele video’s en podcasts.
  • Peer learning
    Verschillende opdrachten mogen ook in teamverband worden uitgevoerd, waardoor samenwerken en samen leren wordt gestimuleerd.
  • Dual classrooms
    De studenten van de verschillende programma’s (AD en Bachelor) en diverse afstudeerrichtingen zitten bij elkaar in de groep. De diversiteit stimuleert het leerproces.
  • (Online) Coaching
    Het SDO-netwerk van docenten en studiebegeleiders staan ter beschikking voor vragen en suggesties. studenten bepalen zelf de intensiteit en de vorm van de begeleiding.

Startmomenten
Het propedeuse jaar start in januari of september. Een volledig online traject kan ieder moment worden gestart.
Vanaf het tweede jaar start de carrouselstructuur. Zodra de 60 studiepunten van de propedeusefase zijn behaald kunnen studenten instromen en beginnen met het eerste vak dat op dat moment in het rooster wordt aangeboden.

Lokaties: ons aanbod volgt de vraag.
Naast de drie basislocaties – Rotterdam, Amsterdam en Doorn – biedt SDO Hogeschool haar roostergroepen ook alternatieve locaties aan om de reistijd van de deelnemers te beperken. Recent bijvoorbeeld in Zaandam, Ede en Barendrecht.

Bovendien bestaat altijd de mogelijkheid van virtual classrooms waardoor de colleges online gevolgd kunnen worden.
Het komt ook voor dat deelnemers de faciliteiten van hun werkgevers aanbieden waardoor een roostergroep op meerdere locaties les krijgen, bijvoorbeeld het distributiecentrum van Ahold of het Rijksmuseum. Dit gebeurt met consent van alle deelnemers.

Toetsvormen
SDO maakt gebruik van ‘formatief’ toetsen, de fase waarin begeleiding en beoefening centraal staan. Je kunt het sparren met de docent, je krijgt feedback op je ingelever; je kunt toetsvragen beoefenen ter voorbereiding op het tentamen. Wij hebben graag dat kennis indaalt in het langetermijn-geheugen waardoor je veel langer baat hebt bij de kennis en vaardigheden die je opdoet.

Ieder module wordt afgesloten met een summatieve toets, doorgaans een kennistoets en een beroepsproduct die meetellen voor de cijferlijst. Presenteren en sereous gaming maken ook onderdeel uit van de toetsvormen.

Studielast
Voor werkenden vragen zich vooraf af hoeveel extra tijd het studeren vergt. Nu is dat voor iedereen anders, maar formeel geldt het volgende: 

Er zijn drie soorten studielast die bepalen wat de totale studiebelasting en studieduur is, namelijk de nominale studielast, de geprogrammeerde studielast en de feitelijke studielast.

Nominale studielast
De complete bacheloropleiding volgens de WHW heeft een nominale studielast van 240 studiepunten. De nominale studielast van de opleiding van één studiejaar bedraagt derhalve 60 studiepunten. Een studiepunt of EC’s = European Credits omvat een studiebelasting van 28 uur studeren. De nominale studieduur is derhalve 60 * 28 = 1.680 uur!

Geprogrammeerde studielast
De studiebelasting kan worden onderbouwd door een berekening die gebaseerd is op de te bestuderen literatuur, het deelnemen aan contactdagen, de zelfstudie, het uitvoeren van opdrachten, het maken van tentamens en door praktijkleren. Dit zijn de EC-scores per module.

Feitelijke studielast
De feitelijke studielast en studieduur vallen voor werkenden anders uit. Deelnemers aan een deeltijdse of duale opleiding hebben namelijk te maken met het concurrency-beginsel. Dit betekent dat de werksituatie een belangrijk onderdeel vormt van het leerproces. Omgekeerd betekent het ook dat de student zijn opleiding meteen in praktijk kan brengen. Daarom moeten studenten die een duaal leertraject volgen werkzaam zijn in een voor de opleiding relevante werkomgeving, waarin dus ook de praktijkopdrachten worden uitgevoerd.
Dit betekent dat de feitelijke studielast aanzienlijk minder is dan de nominale studielast.
Toepassing van de 10-20-70-regel impliceert 10 uur instructie, 20 uur zelfstudie en 70 uur toepassing in de werkomgeving.

Persoonlijke begeleiding

Mensgericht
Bij SDO zijn studenten geen nummers, maar mensen van vlees en bloed, met unieke ambities, talenten en valkuilen. Onze studenten geven aan wat ze nodig hebben, tonen initiatief en pakken regie op de voortgang van hun studie. Wij helpen je daarbij – uiteraard binnen de regels van het hoger onderwijs.

We werken met persoonlijke studiebegeleiders, met verschillende vakdocenten en personal coaches. 

Naast de persoonlijke supportstructuur biedt SDO een toegankelijk kennisplein en ook oefenmateriaal om je basisvaardigheden aan te scherpen, zoals spreken, redeneren, schrijven, rekenen, ordenen en digitale vaardigheden.

Via berichten, emails, telefoon of een online call kun studenten vragen stellen, sparren over oplossingsrichtingen en de voortgang bespreken van onderzoek of  het vervaardigen van beroepsproducten.

Praktijkbegeleiding
Studenten in de duale variant werken ook met een interne praktijkbegeleider, veelal leidinggevenden die zich ontfermen over de studiebegeleiding van hun collega’s. Hij of zij biedt ondersteuning bij de uitvoering van de praktijkopdrachten. Hiervoor wordt een overeenkomst opgemaakt.
Het is de praktijkbegeleider’s verantwoordelijkheid dat de activiteiten van de student zijn afgestemd op de behoeften en mogelijkheden van de werkgever.