Moderne bedrijfskunde

 “Alle modulen zijn gerelateerd aan de fasegewijze en context gerelateerde visie op bedrijfskunde,
waardoor er geen ‘losse vakken’ zijn, maar juist de samenhang betekenisvol wordt.”

 

Eigentijdse inhoud

SDO Hogeschool voor Moderne Bedrijfskunde hanteert een fasegewijze visie op de ontwikkeling en toepassing van bedrijfskunde. Alle bedrijfskundige vakken, en alle daarin voorkomende modellen en instrumenten, zijn gepositioneerd aan de hand van de Cubrix, een driedimensionaal raamwerk van organisatiestadia en ontwikkelpaden (van Marrewijk, 2011, 2014). Hierdoor is een geïntegreerde benadering van het complete programma ontstaan en worden modulen door de studenten niet langer als ‘los zand’ ervaren.

Een fasegewijze benadering van bedrijfskunde is pas recent relevant geworden, omdat in het huidige tijdsgewricht het tempo van verandering exponentieel toeneemt.
Eddy Obeng combineerde het tempo van veranderingen (pace of change) met de ontwikkeling van ons leervermogen (zie curves in figuur 1). Daarmee creëerde hij een krachtig beeld van de toegevoegde waarde van de traditionele bedrijfskunde (links van het snijpunt van beide curves), en van de moderne bedrijfskunde (rechts van het snijpunt).

Vóór het snijpunt is de omgeving relatief stabiel en voorspelbaar, waardoor organisaties werkwijzen, structuren en culturen ontwikkelden die aansluiten op het machts- en beheersingsparadigma. Deze organisatievormen (power-based, rule-based en process-based) en daaraan gerelateerde bedrijfskundige methoden en theorieën is het lesmateriaal dat centraal staat in het Associate degree-programma.

Voorbij het snijpunt is de complexiteit hoog. Sommige spreken van de vuca-wereld (volatile, uncertain, connected, ambigeous). De dynamiek en onvoorspelbaarheid van de omgeving dagen organisaties uit veerkrachtig te zijn, flexibel, responsief en wendbaarheid en dat herken je terug in de manifestaties van alle bedrijfskundige domeinen. Een en ander is samengevat in de Cubrix Organisatiematrix, en weergegeven in figuur 2 als vijf opeenvolgende iconische structuurtypen, geschikt voor oplopende niveaus van complexiteit.  Enkele kenmerken van de ontwikkelfasen zijn opgenomen in de onderstaande tabel.


Door de fasegewijze insteek ontwikkel je beter inzicht in het verleden, het heden en de toekomst van organisatieontwikkeling en de mogelijkheden voor performanceverbetering. Door de inhoud van de verschillende bedrijfskundige domeinen te relateren aan de ontwikkelniveaus ontstaat meer samenhang en diepte in kennis en toepasbaarheid. De opleiding biedt meer toegevoegde waarde.

Consequenties voor de inhoud van de programma’s

Onderstaand overzicht is indicatief voor de thematische inkleuring van de inhoud van de leerprogramma’s van het bachelorprogramma:

Inhoudelijke structuur 1ste jaar:

  • 70% Rule-based Bedrijfskunde (bureaucratisch, top down, planmatig, gestandaardiseerd)
  • 30% Process-based BK (rationeel/analytisch, performance-gedreven, beheersmatig)

Inhoudelijke structuur 2de jaar:

  • 20% Rule-based Bedrijfskunde – focus op de bureaucratische organisatie
  • 65% Process-based BK – focus op de rationele organisatie
  • 15% Principle-based BK – focus op de professionele organisatie (participatief, verbindend)

Voor de laatste twee jaar – de bachelorfase  –  is de volgende verdeling indicatief:

  • 10% Rule-based Bedrijfskunde
  • 15% Process-based Bedrijfskunde
  • 60% Principle-based Bedrijfskunde
  • 15% System-based Bedrijfskunde – Focus op de netwerkorganisatie (ketenoptimalisatie)

Het masterprogramma voor duurzame ontwikkeling (MSBA):

  • 15% Rule-based Bedrijfskunde
  • 15% Process-based Bedrijfskunde
  • 30% Principle-based Bedrijfskunde
  • 40% System-based Bedrijfskunde