Hoe verder met het hoger onderwijs?

SDOHogeschool > Blogs > Blog > Hoe verder met het hoger onderwijs?

Vanochtend – 2 december 2019 – bood OCW-minister Van Engelshoven de ‘Strategische agenda voor het hoger onderwijs’ aan, een vrucht van veel overleg in het circuit. Afgezien van haar claim dat het zo goed gaat met het onderwijs – het schijnt in het buitenland nog minder te gaan – bracht ze een goed doortimmerd verhaal met een kunstzinnige audiovisual op de achtergrond. Zij sprak over ‘flexibilisering’ en ‘leven lang ontwikkelen’. Ook gaf ze toe dat ‘studierendement was doorgeslagen’ en dat het ‘systeem piept en kraakt’. ‘Studentsucces’ is nu het antwoord en dit belooft meer persoonlijk maatwerk en minder studiedruk.

“Met het centraal stellen van studentsucces wordt uitdrukking gegeven aan het belang van de bredere persoonsvorming van studenten, die naast de kwalificatie voor een beroep wezenlijk onderdeel uitmaakt van de voorbereiding op de toekomst.”

Hè, hè, eindelijk! Bij mijn weten worden op universiteiten Bildung-programma’s weliswaar getolereerd, maar nog steeds niet gehonoreerd met studiepunten. Bij SDO doen we dat al langer: persoonlijke ontwikkeling is één van de drie leerlijnen en binnenkort ondergaat weer een groep studenten van ons een meerdaagse retraite. In een tijd waarin wij steeds minder ‘human resources’ opleiden, en de VUCA-wereld steeds prominenter wordt, zijn ons inziens vakken zoals leiderschapsvaardigheden; inzicht in persoonlijke drijfveren en die van anderen; zingeving en authenticiteit; ethiek en filosofie, en respectvol omgaan met diversiteit, van groot belang.

Volgens de minister was het rendementsdenken lange tijd dominant in de onderwijssector. Het werd gevoed door wantrouwen waardoor veel bureaucratie en controle ontstond en dit heeft de kwaliteit van het onderwijs niet bevordert. Nee, er is nu vertrouwen nodig en meer ruimte, betoogde de minister, en bovendien investeren we te weinig, gezien onze afspraken in het Lissabon-akkoord. Er moet dus nog meer geld bij…

Uit het circuit sijpelde al eerder een initiatief door van de universiteiten en hogescholen: een Professional Doctorate, een promotietraject voor toegepast en praktijkgericht onderzoek. Dan is het ook logisch dat HBO-instellingen masteropleidingen kunnen aanbieden, waardoor studenten ook hun bachelor ook master kunnen worden in applied science. In de Strategische Agenda staat dan ook dat “Hogescholen in de gelegenheid worden gesteld om het praktijkgerichte onderzoek te versterken.” De universiteiten behouden de focus op wetenschap en theorieontwikkeling en HBO-instellingen werken aan methoden om de praktijk te verbeteren. Een prachtige drietrapsraket, waarin het hoger beroeps- en wetenschappelijk onderwijs als DNA verstrengeld zijn en elkaar versterken. “Wisselstroom’ noemde de minister dit.

In de Agenda is ook geconcludeerd dat het ‘leven lang ontwikkelen’ gericht op werkenden of werkzoekende onvoldoende van de grond komt.

Tja, daar is de overheid mede debet aan. Het heeft een aantal jaren geleden lucratieve subsidieregelingen gestopt – en daardoor veel geld bespaard – waardoor vele werkgevers hun werknemers niet langer een opleiding beschikbaar stelden. Dat is kortzichtig, omdat een adequate opleiding een heel hoog rendement heeft. Toch beschouwen veel werkgevers ‘leven lang leren’ als een kostenpost. Bovendien geven veel werknemers aan helemaal geen zin te hebben in opleidingen of onderwijs, waardoor hun inzetbaarheid in het gedrang komt. Als verklaring volgt vaak dat zij niet onder de indruk zijn van het leeraanbod, dat kennis en vaardigheden niet aansluiten op de praktijksituatie.

Kennis en vaardigheden – zeker voor werkenden – behoren te alle tijden (praktisch) relevant te zijn en daardoor kunnen ze dicht bij de werkvloer aangeboden worden, waardoor leren, werken en oefenen veel meer samen komen en competenties beter beklijven. Dit is een belangrijk principe van SDO Hogeschool voor Moderne Bedrijfskunde.

OCW bepleit nu ook ‘Flexibilisering’ waardoor bekostigde instellingen hun onderwijs modulair gaan aanbieden. Wij werken al zo, zo ook vele private HBO-instellingen, maar voor de bekostigde tak is dit relatief nieuw, op wat pilots en labs na.

Moet je eens voorstellen indien de bekostigden dit modulaire aanbod succesvol in de markt zetten, tegen tarieven ver onder de kostprijs. Dit kost de samenleving straks miljarden aan onderwijssubsidies. En dat niet alleen: level playing field is weg en de markt waarop nu private hogescholen en 5.500 opleiders in Nederland actief zijn kunnen wel inpakken. Tegen deze oneerlijke prijsconcurrentie kan niemand op. Ik geloof ook dat de kwaliteit van onderwijs hiermee niet gebaat is.

Het ministerie spreekt in de agenda overigens nu al over ‘perverse effecten’ in het onderwijs: ”In het onderwijs heeft het grote aandeel studentgebonden bekostiging geleid tot een sterke prikkel om zoveel mogelijk studenten binnen te halen.”

Ik heb dan ook weinig mededogen met de werkdruk aldaar.

Om te voorkomen dat de overheid met onderwijs de zorg achternagaat en een falend systeem van marktwerking bedenkt plug ik hier mijn oplossing om een volgend (financieel) echec te voorkomen.

Er is nu een woud aan regels waar zelfs de inspectie nauwelijks uitkomt. Maak de regels eenvoudiger: haal duaal en deeltijdonderwijs weg bij bekostigde HBO-instellingen. Alleen voltijds en daarmee initieel onderwijs wordt gesubsidieerd, en mij part beter dan nu! Er is dan ook meer geld voor betere salarissen, met name in het PO en mindere mate het VO. Dan is dat probleem ook opgelost.

Duaal en deeltijdonderwijs komt vervolgens toe aan de private HBO-instellingen en de BV’s van de bekostigde instellingen die deze markt willen blijven bedienen. Een marktmeester moet toezicht houden of de BV’s hun financiële structuur en kostprijs helder en transparant houden.

Als de politiek meent het ‘leven lang leren’ te moeten stimuleren dan kan zij alle werknemers in Nederland leerrechten of vouchers aanbieden. Zo zou je zij-instromers kunnen verleiden met extra vouchers en als je geen initieel onderwijs hebt genoten behoor je ook een groter potje te krijgen. Mooie klus voor Duo!

Deze vouchers zijn overigens een serieus idee en worden nu druk in de ministeries bediscussieerd. Waarschijnlijk komt er een leeftijdsgrens van 28 jaar om de belangen van de bekostigde instellingen te beschermen. Dan is mijn oplossing toch eerlijker.

Een vouchersysteem voor iedere Nederlander zal een boost geven aan leerinnovaties. Werknemers zullen hun vraag scherper articuleren waardoor het onderwijs meer vraaggericht zal worden. Doordat werkenden weinig tijd beschikbaar hebben stellen zij een groot belang in de effectiviteit van onderwijs. In digitale werkvormen, blended learning en moderne leermethoden lopen private instellingen al jaren voorop.

Via een vouchersysteem kan de samenleving meer druk uitoefenen op onderwijsinstellingen, omdat de jeugd en werkende volwassenen echt wel weten wat ze willen – als er wat te kiezen valt. Nu haken veel (initiële) studenten af omdat ze teleurgesteld zijn in hun studie en de studiemethoden

Nu kom ik op mijn laatste punt, ook nadrukkelijk aangehaald door de minister: “minder concurrentie en meer samenwerking.” Nu is de private-publieke samenwerking nihil. Bekostigde instellingen tonen simpelweg geen belangstelling.

Als de overheid de bekostigde HBO’s de bevoegdheid ontneemt om duaal onderwijs te kunnen aanbieden dan zullen zij eerder willen samenwerken met partijen die dat nog wel mogen doen.

SDO zou graag willen. Wij zijn bijvoorbeeld heel kritisch op de lesstof die veel bedrijfskunde opleidingen hanteren. De ontwikkeling van nieuw lesmateriaal kost echter veel geld. Door samen te werken zijn de investeringen wel haalbaar en kunnen initiële studenten profiteren van de kennis en praktijkervaring bij private hogescholen.

De minister presenteerde een agenda. Het zijn nog geen beleidsbeslissingen. Er is dus nog tijd om goed na te denken over een adequate supportstructuur voor het hoger onderwijs. Als de minister meer ruimte wil, meer vertrouwen biedt en meer samenwerking vraagt dan stuurt zij het systeem richting communicatieve zelfsturing. Dat is top, daar hoort het ook. Maar het vergt nog veel wijsheid om daar ook uit te komen. Als ik de discussies tussen de professionals en bestuurders beluister ben ik niet zeker van de goede afloop…

Het kan nog…niet alles is beslist.

Als we – als Nederland – de processen en supportstructuur goed inrichten kan kwaliteit het effect zijn. Slimme, intelligente regels zijn een zeer belangrijk onderdeel van die supportstructuur. Dat maakt dat concurrentie en samenwerking kunnen floreren. Dat onderwijs nog beter wordt en beter aansluit op de vraag, dus flexibeler, effectiever, actueler en efficiënter. Dat zou toch ons doel moeten zijn!

Marcel van Marrewijk

Bestuurder en lector moderne bedrijfskunde